Veerkracht; congres positieve psychologie

Op 15 april 2016 was ik het derde landelijke congres Positieve Psychologie, georganiseerd door de Universiteit Twente, Trimbos-instituut, het NIP en het Tijdschrift Positieve Psychologie. Het thema luidde: Veerkracht. Over het belang van aandacht voor compassie, welbevinden en stress.

Over zo’n hele dag is veel te schrijven. Ik beperk me hier tot de uitleg van het thema en een praktische aanpak om veerkracht te vergroten.

Veerkracht

Het versterken van onze mentale veerkracht is misschien wel een van de belangrijkste uitdagingen van deze tijd. Zo wordt het aantal mensen in Nederland met chronische stress of burn-outklachten geschat op een miljoen. Vele miljoenen mensen hebben daarnaast last van angst- en depressieve klachten en er is steeds meer bewijs dat angst en depressie stressgerelateerde stoornissen zijn. Hoe kunnen we de veerkracht van kinderen en volwassenen, al dan niet met psychische klachten, versterken?

Het belang van investeren in welbevinden

Geestelijke gezondheid is meer dan de afwezigheid van psychische klachten. Gezondheid wordt door de WHO gedefinieerd als het ontbreken van ziekte én welbevinden. Het omvat onze emotionele, psychologische en sociale welbevinden. Welbevinden is geen ‘luxe’. Suboptimaal welbevinden heeft grote persoonlijke en maatschappelijke consequenties. Prof. dr. Corey Keyes geeft een overzicht van 15 jaar onderzoek naar de betekenis van floreren en niet-floreren en is groot pleitbezorger van een positief focus in de (geestelijke) gezondheidszorg. Hij is hoogleraar aan de Emory University in Atlanta (USA) en vooraanstaand onderzoeker op het terrein van positieve psychologie.

Emotioneel welbevinden

  • Levenstevredenheid: Een gevoel van tevredenheid, vrede en voldoening; je wensen en behoeften verschillen weinig van wat je bereikt en presteert.
  • Positieve gevoelens: Geluk, interesse en plezier in het leven.

Psychologisch welbevinden

  1. Zelf-acceptatie: Een positieve houding ten opzichte van jezelf hebben; de verschillende aspecten van jezelf erkennen en accepteren; je positief voelen over je leven tot nu toe.
  2. Persoonlijke groei: Het gevoel hebben van continue ontwikkeling en mogelijkheden; open staan voor nieuwe ervaringen; steeds meer begrijpen en het gevoel hebben effectief te zijn.
  3. Doel in het leven: Doelen en richting in het leven hebben; het verleden als zinvol ervaren; overtuigingen hebben die het leven richting geven.
  4. Omgevingsbeheersing: Je in staat voelen om met een complexe omgeving om te gaan; een omgeving kiezen of creëren die bij je past.
  5. Autonomie: Zelfbepalend, onafhankelijk zijn, jezelf van binnenuit bepalen; weerstand bieden aan sociale druk; jezelf evalueren met je eigen persoonlijke standaarden.
  6. Positieve relaties: Warme, bevredigende en vertrouwelijke relaties hebben; geïnteresseerd zijn in het welzijn van anderen; in staat zijn tot sterke empathie, affectie en intimiteit; begrip hebben voor het geven en nemen in menselijke relaties.

Sociaal welbevinden

  1. Sociale acceptatie: Positieve houding hebben ten opzichte van anderen; in het algemeen andere mensen erkennen en accepteren, ondanks hun soms moeilijke en lastige gedrag.
  2. Sociale actualisatie: Eraan bijdragen en geloven dat de maatschappij zich op een positieve manier ontwikkelt; geloven dat de maatschappij de mogelijkheid heeft positief te groeien; geloven dat de maatschappij mogelijkheden realiseert.
  3. Sociale contributie: Het gevoel hebben dat je iets waardevols te geven hebt aan de maatschappij; denken dat je dagelijkse activiteiten gewaardeerd worden door de gemeenschap
  4. Sociale coherentie: Een sociale wereld zien die te begrijpen is, logisch en voorspelbaar; zorgen voor en geïnteresseerd zijn in de samenleving en de omgeving.
  5. Sociale integratie: Je een deel voelen van een gemeenschap; geloven dat je behoort bij, ondersteund wordt door en dingen deelt met de gemeenschap.

Welbevinden stimuleren

Hoe lager het welbevinden, hoe meer problemen. Functioneren gaat moeilijker en ziekten (zoals depressie) veroorzaken meer last. Hoe hoger je welbevinden, hoe beter je kunt omgaan met stress en conflicten.

Wanneer kun je ‘floreren’; welbevinden ervaren?

Als er sprake is van zes functies (uit de elf van psychisch en sociaal welbevinden) en één positief gevoel (van emotioneel welbevinden).

Hoe kun je actief je welbevinden verhogen:

  1. Door het ervaren van positieve emoties, als blijdschap, plezier, verliefdheid
  2. Door gebruik te (kunnen) maken van je krachten
  3. Door optimisme
  4. Door zelfcompassie
  5. Door veerkracht
  6. Door (positieve) relaties te onderhouden.

Meer weten? Check deze literatuurtip: